|
Afrika
Intro:
filmpje
Niger, een dor en droog land of
filmpje Naar school in Kenia
Keuze-opdrachten:
Kies uit een van de volgende opdrachten:
Maak een
vakantieposter over een Afrikaans land. Probeer zo goed mogelijk te laten zien
hoe het landschap eruit ziet. Kies uit woestijn, savanne, steppe of regenwoud.
Verdiep je in de flora en fauna die bij dat type landschap horen. Zet geen tekst
op je poster alleen de naam van het land waar de poster over gaat.
Ga naar de website
www.samsam.net en klik op landen. Kies een Afrikaans land en lees aandachtig
alle informatie. Bekijk ook de afbeeldingen en de kaartjes. Maak een
samenvatting van 1 a 2 a4tjes over wat je over dit land geleerd hebt. Je mag er
ook plaatjes bijzetten.
Vertel welke vier
landschappen er in Afrika voorkomen (gebruik je aardrijkskundeboek of
http://www.dekleinebeer.net/8akh3.pdf voor informatie) Geef duidelijk aan
wat de verschillen zijn. Geef op een landkaartje van Afrika aan waar welke soort
landschap voorkomt.
Maak een quiz in
Powerpoint over het platteland van Afrika waarin je de volgende begrippen aan de
orde laat komen:
Tropisch regenwoud, savanne, steppe, woestijn,
commerciële en zelfvoorzienend landbouw, export, wereldmarkt, trekarbeider,
verstedelijking, kolonie, plantage, multinational, grens, burgeroorlog,
vluchteling, bevolkingsgroepen, apartheid, verzetsbeweging, Nelson Mandela.
Geef in Google
Earth aan waar de volgende plaatsen liggen en mail het als een .kmz-bestand naar
mij. Geef ook wat extra informatie in de kadertjes bij de placemarks. Je mag ook
verwijzen naar een website met meer informatie. Wat ook leuk is als je er een
speurtocht van maakt. Je laat leerlingen bijvoorbeeld beginnen in Addis Abeba en
geeft daar aanwijzingen zodat ze zelf kunnen vinden wat de volgende plaats is
waar ze naar toe moeten gaan.
Addis Abeba – Congo – Dakar – Ethiopië – Johannesburg – Kaapstad – Kinshasa –
Lagos – Niger – Nigeria – Tanzania – Zuid Afrika
Schrijf een
weettekst over het leven van een kind ergens in Afrika. Gebruik bijvoorbeeld de
website van Unicef voor informatie. Beschrijf
goed in je tekst om welk Afrikaans land het gaat, welke problemen er spelen en
wat het kind doet. Gaat hij of zij naar school? Leven zijn ouders nog? Is er
voldoende voedsel? Is er oorlog enz.
Maak daarnaast ook:
Het blad met de Afrikaans – Nederlandse uitdrukkingen
en oefen de topografie van Afrika
Extra:
het waterspel
|